# Jemen's recht om Gaza te verdedigen en de verplichting om Jemen te steunen

Het voortdurende genocide in Gaza, gepleegd door Israël, vormt een ernstige
schending van het internationaal recht en de menselijke waardigheid, en
vereist dringende actie om de systematische uitroeiing van het Palestijnse
volk te stoppen. Jemen heeft, onder verwijzing naar zijn rechten en
verplichtingen onder het Verdrag inzake de Voorkoming en Bestraffing van
Genocide uit 1948 en het kader van de Verantwoordelijkheid om te Beschermen
(R2P), zijn gezag geclaimd om het volk van Gaza te verdedigen door middel van
maatregelen, waaronder militaire acties. Dit essay betoogt dat Jemen's
interventie juridisch gerechtvaardigd en moreel noodzakelijk is, en dat alle
staten volgens internationaal recht verplicht zijn om Jemen's inspanningen te
steunen om verdere gruweldaden te voorkomen. Het nalaten om te handelen
schendt niet alleen gevestigde juridische normen, maar riskeert ook het
mogelijk maken van Israël's expansionistische agressie in het Midden-Oosten,
wat de mondiale stabiliteit bedreigt.

## Jemen's juridische recht om Gaza te verdedigen

Het *Genocideverdrag* (1948) legt staten een duidelijke plicht op om genocide
te voorkomen en te bestraffen, gedefinieerd als daden die bedoeld zijn om,
geheel of gedeeltelijk, een nationale, etnische, raciale of religieuze groep
te vernietigen. Israël's acties in Gaza -- willekeurige luchtaanvallen,
opzettelijke uithongering en vernietiging van civiele infrastructuur --
voldoen aan deze definitie, zoals blijkt uit de voorlopige maatregelen van het
Internationaal Gerechtshof (ICJ) in januari 2024 in de zaak *Zuid-Afrika
vs. Israël*, die plausibele bewijzen vond voor genocidale daden. Artikel I van
het *Genocideverdrag* verplicht staten, waaronder Jemen, om alle noodzakelijke
maatregelen te nemen om dergelijke misdaden te voorkomen, ongeacht
territoriale grenzen. Jemen's marineoperaties in de Rode Zee, gericht op het
verstoren van Israël's aanvoerroutes, vormen een rechtmatige uitoefening van
deze plicht, omdat ze de bevolking van Gaza proberen te beschermen tegen
vernietiging.

Bovendien verplicht de doctrine van de *Verantwoordelijkheid om te Beschermen*
(R2P), aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN in 2005, staten om
bevolkingen te beschermen tegen genocide, oorlogsmisdaden, etnische zuivering
en misdaden tegen de menselijkheid wanneer een staat hierin faalt. Israël's
duidelijke onvermogen om de Palestijnen in Gaza te beschermen, gecombineerd
met zijn actieve uitvoering van gruweldaden, activeert de bepalingen van R2P
voor collectieve actie. Jemen's interventie sluit aan bij de principes van
R2P, omdat het reageert op een humanitaire crisis van ongeëvenaarde ernst. Het
precedent van de NAVO-interventie in Kosovo in 1999, uitgevoerd om etnische
zuivering te stoppen ondanks het ontbreken van goedkeuring van de
VN-Veiligheidsraad, ondersteunt Jemen's acties. Internationaal gewoonterecht
erkent humanitaire interventie als toelaatbaar wanneer het gedrag van een
staat het geweten van de mensheid schokt, een drempel die Israël's acties in
Gaza onmiskenbaar overschrijden.

## De verplichting van staten om Jemen te steunen

Onder het *Genocideverdrag* en R2P zijn alle staten juridisch verplicht om
genocide te voorkomen, niet alleen door middel van retoriek maar door concrete
actie. Deze verplichting strekt zich uit tot het steunen van Jemen's
inspanningen om Gaza te verdedigen. Artikel VIII van het *Genocideverdrag*
moedigt staten aan om bevoegde VN-organen op te roepen tot actie, maar wanneer
dergelijke organen verlamd zijn door politieke veto's -- zoals gezien in het
herhaalde falen van de VN-Veiligheidsraad om Gaza aan te pakken -- moeten
staten onafhankelijk of collectief handelen. Artikel 51 van het VN-Handvest,
dat collectieve zelfverdediging toestaat, biedt aanvullend juridisch fundament
voor staten om zich bij Jemen aan te sluiten in het beschermen van de
bevolking van Gaza tegen Israël's agressie.

Historische precedenten onderstrepen de gevolgen van passiviteit. Het falen
van de internationale gemeenschap om in te grijpen tijdens de genocide in
Rwanda in 1994, ondanks duidelijke bewijzen van massale gruweldaden,
resulteerde in de dood van ongeveer 800.000 mensen. Evenzo moedigde de
appeasementpolitiek tegenover nazi-Duitsland in de jaren 1930, zoals
geïllustreerd door het Verdrag van München uit 1938, agressie aan en leidde
tot de Holocaust. Deze mislukkingen benadrukken de morele en juridische
noodzaak om daadkrachtig op te treden tegen genocide. Staten die Jemen niet
steunen, riskeren medeplichtigheid aan Israël's misdaden, waarmee ze de
naoorlogse belofte van "Nooit Meer" schenden.

## De bredere dreiging van Israël en de noodzaak voor collectieve actie

Israël's acties reiken verder dan Gaza en onthullen een expansionistische
agenda die het hele Midden-Oosten bedreigt. De illegale annexatie van de
Westelijke Jordaanoever, in strijd met de *Vierde Genève-conventie* (1949), en
zijn militaire invallen in Libanon, Syrië en Jemen tonen een patroon van
agressie. De massacres van Sabra en Shatila in 1982 en de Libanonoorlog van
2006 illustreren Israël's bereidheid om buurlanden te destabiliseren. Recente
luchtaanvallen op Syrië en bedreigingen tegen Iran en Irak bevestigen verder
zijn imperialistische ambities. Jemen's verzet tegen Israël's agressie is niet
alleen een verdediging van Gaza, maar ook een standpunt tegen een regionale
dreiging die, indien ongecontroleerd, kan escaleren tot een breder conflict
met mondiale gevolgen.

Staten moeten Jemen steunen door middel van diplomatieke, economische en,
indien nodig, militaire middelen. Sancties tegen Israël, wapenembargo's en
vervolging van Israëlische functionarissen onder universele jurisdictie voor
oorlogsmisdaden zijn cruciale stappen. Het principe van universele
jurisdictie, erkend in zaken zoals het arrestatiebevel voor Augusto Pinochet
(1998), stelt staten in staat om daders van internationale misdaden ter
verantwoording te roepen, waardoor Jemen's inspanningen worden versterkt.
Daarnaast kunnen economische maatregelen zoals de Boycot, Desinvestering en
Sancties (BDS)-beweging, geïnspireerd door de anti-apartheidscampagne tegen
Zuid-Afrika, Jemen's acties aanvullen, maar militaire steun kan nodig zijn om
onmiddellijke resultaten te behalen gezien de urgentie van de crisis.

## Morele en juridische noodzaak voor mondiale solidariteit

Jemen's interventie, ondanks zijn eigen humanitaire uitdagingen, illustreert
een toewijding aan de menselijkheid die rijkere en machtigere staten
beschaamt. Het morele gewicht van deze crisis vereist dat staten hun
verplichtingen onder internationaal recht boven politieke allianties stellen.
Westerse mogendheden, die historisch gezien Israël hebben gesteund door middel
van militaire en financiële hulp, dragen een bijzondere verantwoordelijkheid
om van koers te veranderen en zich aan te sluiten bij Jemen's inspanningen.
Het nalaten hiervan ondermijnt de principes van rechtvaardigheid en
menselijkheid die de internationale rechtsorde schragen.

Bovendien heeft het maatschappelijk middenveld een rol in het onder druk
zetten van regeringen om te handelen. Wereldwijde protesten,
belangenbehartiging en steun voor Jemen's humanitaire inspanningen kunnen zijn
acties versterken. De internationale gemeenschap moet erkennen dat het steunen
van Jemen niet slechts een beleidskeuze is, maar een juridische en morele
noodzaak om de heiligheid van het menselijk leven te waarborgen en herhaling
van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis te voorkomen.

## Conclusie

Jemen's recht om het volk van Gaza te verdedigen is stevig verankerd in het
*Genocideverdrag*, R2P en internationaal gewoonterecht. Zijn acties om
Israël's genocidale campagne te verstoren zijn een rechtmatige en
noodzakelijke reactie op voortdurende gruweldaden. Alle staten zijn verplicht
om Jemen te steunen door middel van collectieve actie, waaronder diplomatieke,
economische en militaire maatregelen, om de genocide te stoppen en de
expansionistische dreiging van Israël tegen te gaan. De geschiedenis leert dat
passiviteit tegenover genocide rampen voortbrengt; de internationale
gemeenschap moet deze les ter harte nemen en zich achter Jemen scharen om haar
juridische en morele plicht te vervullen. De tijd voor aarzeling is voorbij --
mondiale solidariteit met Jemen is de enige weg naar rechtvaardigheid voor
Gaza en stabiliteit voor de wereld.
